Nieuwe regels moeten misbruik van uitzendkrachten aanpakken
Volgend jaar krijg je te maken met nieuwe regels voor het inhuren van uitzendkrachten. Dan treedt de Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA) in werking. De nieuwe regels maken zowel de uitlener als de inlener verantwoordelijk voor de correcte behandeling en uitbetaling van uitzendkrachten. Dit moet misbruik voorkomen.
Bewijs bewaren
Als werkgever (inlener) mag je alleen uitzendkrachten inlenen bij een uitzendorganisatie die is toegelaten als uitlener door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (de NAU). Of dat zo is kun je – en moet je – vooraf controleren. Toegelaten uitleners worden opgenomen in een online register. Het bewijs dat je een uitzendkracht van een goedgekeurd bedrijf hebt ingehuurd, moet je bewaren in je personeelsadministratie. Hiervoor geldt een wettelijke bewaartermijn van zeven jaar.
Dezelfde arbeidsvoorwaarden
Als inlenende partij moet je de arbeidsvoorwaarden van je eigen werknemers doorgeven aan de uitlener. Die heeft het uitzendbureau nodig om voor de uitzendkrachten de juiste beloning vast te stellen. Zij hebben immers recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Als deze veranderen terwijl de uitzendkracht bi je aan het werk is, moet je dat ook doorgeven. Het gaat om informatie over de werktijden (begin- en eindtijden en pauzes) en de roosters. Die zorgt er ook voor dat de uitlener aan de gestelde normeisen kan voldoen zoals een eerlijke beloning.
Personeelsadministratie
Uitzendbureaus kunnen zelf ook personeel inlenen. Mocht dat zo zijn en jij huurt dit ingeleende personeel vervolgens ook in, dan is er sprake van doorlening. Als jij de uiteindelijke (eind)inlener bent (de laatste inlener in deze keten) moet je controleren of de uitlener van wie jij inleent over een toelating beschikt. Ook hiervan moet je een bewijs hebben en dit zeven jaar bewaren in je personeelsadministratie.
Wil je meer weten over het werven en aannemen van personeel, volg dan de Training Modern recruitment en onboarding.